Skip to content

Welkom bij Rachel Schrijft

Naast het recente werk kunt u hier terecht voor (bijna) alles wat eerder verscheen op het vk-blog (2007-2011). Voorlopig is het hier nog wel even under construction, maar daar kunt u vast doorheen kijken.

De reactieruimte staat niet voor niets open; reacties zijn welkom. Een uitzondering maak ik voor beledigende of kwetsende reacties. Die horen hier niet thuis. Waar wel eigenlijk? Maar goed, dat is een vraag van geheel andere orde.

De mooiste tijd van haar leven.

20 maart 2015

Een bijdrage die ik eerder schreef voor het Schrijverscafé Oosterhout, maart 2013, toen onze bijdragen stonden in het teken van het boekenweekthema ‘Gouden Tijden, zwarte bladzijen’. Met het bezoek vandaag van museum Bronbeek werd het thema voor mij weer actueel en dacht ik terug aan deze eerder geschreven bijdrage.

Gouden tijden – zwarte bladzijden. In Indië. Zelden kom je ze nog tegen, mensen die geboren zijn in Weltevreden, Buitenzorg of in Batavia. Nog heel af en toe kom je deze plaatsnamen tegen in een overlijdensadvertentie. Mijn vader was zo iemand. Geboren in Batavia. Gouden tijden waren het. Niet voor niets verwees mijn oma naar Indië altijd als ‘de mooiste tijd van haar leven’, tempo doeloe in optima forma.

oma IndieToen mijn oma net zo oud was als ik nu – halverwege de veertig – zat ze in blok 8 in Tjideng, een Japans interneringskamp voor vrouwen en kinderen. De Japanse kampcommandant Sonei voerde er een schrikbewind; niet voor niets noemden ze hem ‘de beul van Tjideng’. Oma had het nooit over Tjideng. Lang na haar dood vond ik in een zilveren sigarettendoosje een rolletje met vergeelde krantenknipsels uit 1946: ‘Beruchte kampcommandant Sonei ter dood veroordeeld’. En natuurlijk was er ook de vlag. De Nederlandse vlag. Verborgen gehouden in het kamp.

Gouden tijden blijken ook uit het briefje van mijn vader; hij schreef het als twintigjarige, aan zijn eigen vader – een briefje van zoon tot vader en van kamp tot kamp. We schrijven augustus 1945, kort na de capitulatie van Japan. ‘Lieve vader, mag ik u van ganser harte gelukwensen dat u deze ellendige oorlog overleefd hebt, na alles wat ik van de sterfgevallen vernomen heb. Houd u kalm nu u de eindstreep hebt bereikt, wees voorzichtig en voed u zo goed mogelijk.’ Zelf had mijn vader ook een lastige periode achter de rug, of zoals hij het zelf verwoordt: ‘het was niet zo’n leuke tijd en eigenlijk had ik alle hoop al laten varen. (…) Goddank is alles toch nog goed gekomen. Van 56 kilo ben ik nu al opgeklommen tot 76 kilogram en ik ben vrijgesteld van arbeid’. Vol optimisme besluit hij zijn briefje in de hoop elkaar gauw weer te spreken. Het zou nog maanden duren voordat ze ‘naar huis’ konden. Interneringskamp werd beschermingskamp.

Maar weinig weet ik van de Indische geschiedenis van mijn vader en grootouders. De gouden tijden én de zwarte bladzijden op één briefje ter grootte van een luciferdoosje. Er werd niet over gesproken. Niet door de mensen uit Weltevreden, Buitenzorg of Batavia.

Mimine – deel 2

23 november 2013

wpid-1382712707490.jpgIk schrik van de ernstige blik van de dierenarts als ze naar me toeloopt. Zelden een goed teken. “Je voorgevoel klopte toch”, zegt ze. Arme Mimine.

Door de ruit kijk ik naar Mimine die aan het bijkomen is van haar narcose.  Wat heeft ze veel meegemaakt in een paar weken tijd. Van stoffige bergkat is ze veranderd in een geëmigreerde, ontwormde, ontvlooide, gechipte, dubbel-ingeënte en gesteriliseerde kat met paspoort-voor-gezelschapsdieren.

De eerste drie dagen woont Mimine in de werkkamer.  Beneden woont Felix en die kennismaking willen we nog even uitstellen. De laatste keer dat we Felix zagen met een langharige kat in de zeer nabije omgeving, ging dat gepaard met veel herrie, stofwolken en plukken haar die lukraak alle kanten op vlogen. Een beetje zoals bij Asterix en Obelix, maar dan anders.  Dat was overigens in onze tuin en om dat nu te extrapoleren naar een binnenshuizige context, nee. Iets in ons zegt dat dit niet valt onder het hoofdstuk ‘Ideale kennismaking tussen volwassen katten’. Daarmee komt de werkkamer het meest in aanmerking voor het stempel Veilige Omgeving. We hopen maar dat Mimine het concept kattenbak snapt. En ja, dat doet ze tot onze grote blijdschap. In onze zoektocht naar een Veilige Omgeving waren alle verlengsnoeren, kabels en alle apparatuur me even ontschoten. Maar goed, Mimine prevaleert vanaf dag één de kattenbak boven pc, router, printer of zevenvoudige stekkerdoos met overspanningsbeveiliging. Toch fijn.
Onze nieuwe huiskat leert snel: al snel kan ze probleemloos op iemands hoofd in slaap vallen, herkent ze het geluid van kattenbrokjes (ja, dat kun je horen, ooit geprobeerd om een voerbakje te vullen zonder geluid?). En vooruit, af en toe is ze wat schrikachtig. Zo is ze bang van trappen – enorm zelfs – en bang van de tegelvloer en bijbehorende drempel. Van de kennismakingspogingen met Felix gaat ze trillen. Zo hebben we tegenwoordig een bovenkat, een benedenkat en een meestalbuitenkat: Mimine, Felix en Layla.

Regelmatig vragen we ons af of hoe haar kattenleven er voor maart 2013 uitzag; was Mimine in een eerder leven ook al huiskat? Ontsnapt na een verhuizing? Op straat gezet nadat haar geliefde bazinnetje op 97-jarige leeftijd plotseling in haar slaap is overleden? Weggedaan omdat de kleine Olivier op vierjarige leeftijd allergisch bleek te zijn voor katten? Thuis in Marseille uit nieuwsgierigheid in een bus/auto gesprongen waarvan de deur nog open stond en die vervolgens uitgerekend naar ons kleine dorpje in de Savoie reed? We hebben werkelijk aucune idée.
Een bezoekje aan de dierenarts levert naast factuur, inenting en chip ook de informatie op dat Mimine ‘tussen de twee en vier jaar oud is’. Haar gebit vertelt ons dat. In haar paspoort-voor-gezelschapsdieren krijgt ze een geboortedatum: 1 oktober 2011. Na de eerste inenting komt nog een tweede inenting en de afspraak voor de sterilisatie. Zo af en toe vraag ik me af of ze niet al gesteriliseerd is; we hebben in Frankrijk geen nestje gezien en dat had toch makkelijk gekund tussen maart en oktober. Dierenarts is niet meteen laaiend enthousiast en begint een verhaal over buitentemperatuur en krolsheidperiodeverschillen tussen huiskatten en bergkatten. Hoewel ik het verhaal niet meer kan reproduceren klinkt het best logisch. Op dat moment. Maar toch…

Mimine lijkt ondertussen enorm te genieten van haar huiskatzijn en met uitzondering van haar eetgewoontes is ze net zo huiskattig als Felix – en veel huiskatteriger dan uithuizige Layla. Zou het dan niet toch..? Bij het tweede bezoek vindt Dierenarts mijn suggestie al niet meer volledig idioot en zo wordt Mimine niet alleen ingeënt, maar turen we ook naar haar buikje op zoek naar een litteken.  Voor het eerst zie ik – in ieder geval bewust – een kattennavel. Leerzaam. Geen litteken echter. Dus breng ik Mimine de volgende dag terug voor haar sterilisatie. Nuchter. Dierenarts heeft er nog een nachtje over nagedacht en voor de narcose wordt eerst haar buikje kaalgeschoren en met zijn tweeën gaan we wederom op zoek naar een litteken. Nope. Ik blijf bij haar tot ze onder narcose is en om kwart over tien mag ik haar – gesteriliseerd en wel – ophalen.
“De dierenarts komt zo bij u”, zegt Assistente.  Vanaf mijn plaats in de wachtkamer kan ik haar zien liggen op de operatietafel.  Dierenarts en Andere Assistente kroelen haar tussendoor, ze krijgt zuurstof, het geheel ziet er best vertrouwenwekkend uit. Dan stoppen ze behoedzaam Mimine samen in haar reismandje. Mimine is nog de suffigheid zelve. Dierenarts loopt de wachtkamer binnen met een heel ernstige blik. “Je voorgevoel was toch goed….. Ze was al gesteriliseerd”, mompelt ze licht ongemakkelijk. “Waarschijnlijk via de zijkant, dat is een wat ingewikkelder operatie en daarom wordt meestal voor de klassieke variant gekozen. Misschien is dat in Frankrijk anders..”

Arme Mimine. Geëmigreerd en voorzien van allerlei nieuwe indrukken met als bonus een overbodige buikoperatie. Het goede nieuws is dat we nu zeker weten Mimine in een vorig kattenleven een geliefde huiskat is geweest. Vast van een lief oud vrouwtje dat op 97-jarige leeftijd plotseling in haar slaap overleed. Minstens.

Mimine – deel 1

22 november 2013
wpid-20131017_163430.jpg

bergkat wordt huiskat

Ik schrik van de ernstige blik van de dierenarts als ze naar me toeloopt. Zelden een goed teken.  Om kwart over tien kan ik Mimine al komen ophalen na haar sterilisatie, dus om tien over tien stipt wandel ik de dierenkliniek binnen. Nog eventjes moet ik wachten; ” de dierenarts komt zo bij u”, zegt de assistente.

Mimine is onze nieuwste aanwinst. Nooit gedacht dat ik ooit een zwerfkat mee naar huis zou nemen, maar soms lopen dingen gewoon zoals ze lopen. En met Mimine liep het zo.  Gevonden. In Frankrijk. In de herfstvakantie. Dat laatste is overigens niet helemaal waar. Want eigenlijk zien we Mimine al in de zomervakantie rondlopen, alleen weten we op dat  moment nog niet dat zij Mimine is. Gewoon een Franse kat op een Franse camping. Langharige lapjeskat, beetje schuw, mooi beestje overigens. Zal wel van iemand zijn.

In oktober komen we terug; de complete leegte maakt dat de camping van ons lijkt. Na twee dagen zien we de lapjeskat weer. Schuw en hongerig. Haar langeharige vacht houdt een privézandbak vast met hier en daar wat kleine twijgjes die vrolijk verschillende kanten op steken.
Honger wint op een gegeven moment van schuwte.  Een stukje Comté en saucisse d’Ane is wat we haar te bieden hebben. We leggen wat op de uiterste hoek van het terras en ze grist het weg om het op veilige afstand op te eten. De volgende dagen komt ze steeds dichterbij en blijkt haar aaibaarheidsvermogen groter dan verwacht. Mevrouw spint. We noemen haar Mien of Mientje. Op het terras staat inmiddels standaard een kliekjesbakje.

Mientje blijkt van niemand te zijn, horen we van de campingeigenaar. Ze is afgelopen maart aan komen lopen op de camping en scharrelt er sinds die tijd rond. Vangt eens wat en krijgt eens wat. Hij heeft haar Mimine genoemd. Willen we haar misschien meenemen? Dat zou een goed idee zijn, want met de winter op komst… al die sneeuw en met die kou…. Hij maakt zijn zin niet af. Slechts een begripvolle blik richting meneer Schrijft en mij volgt.

Een gesprek aan de keukentafel ook. En zo vind ik mezelf de volgende dag terug in een Franse dierenwinkel op zoek naar een kattenmandje, kattenvoer en iets rustgevends. 1000 km in een mandje is ver. Heel ver. Felix houdt het amper één kilometer vol; de afstand tussen huis en dierenarts, bij voorkeur met een langgerekte klagerige door-merg-en-beenmauw.
Frankrijk is een groot land en lijkt goed ingesteld op langeafstand-reizende katten. Naast de kattenmandjes liggen namelijk celstof onderleggers. In Nederland vooral bekend van kraampakket, worden ze hier verkocht voor onderweg. Handig. Beter dan een oude handdoek, krant of allebei. De ochtend van vertrek is iets rommeliger dan anders. De deur blijft hermetisch gesloten, want Mientje mag niet ontsnappen. De stofzuiger blijft ongebruikt in de kast, want Mientje zou daar vreselijk van schrikken.

Gedwee laat ze zich in het reismandje leiden, verleid door een kattensnoepje. Erg op tijd vertrekken we naar huis. Tussen Zoonlief en Vriendje staat de kattenmand-met-inhoud. Mientje kijkt rustig voor zich uit, klaagt niet, mauwt niet.  De hele reist blijft ze rustig. Eén keer een zielig mauwtje, terwijl Mientje zo ver mogelijk in de hoek staat. Beetje ongemakkelijk.  We ruiken dat een tussenstop een goed idee is. Vieze celstof onderlegger eruit, schone erin en we rijden weer verder. Mientje is weer rustig. Koffie onderweg is minder praktisch, want alleen achterblijven in de auto, vindt ze maar niets. Daarom koffiën we om de beurt en blijft er altijd iemand in de auto. Sneller dan ooit zijn we ’s avonds thuis. En Mimine – roepnaam Mientje – begint een nieuw leven. Voortaan is ze huiskat.

Kees.

17 maart 2013

Voorgelezen tijdens het Schrijverscafé van 17 maart in café de Beurs in Oosterhout. Naderhand hoorde ik dat Kees van Kooten in de jaren tachtig echt een dergelijke ervaring heeft gehad, waarbij iemand hem exact dezelfde vraag stelde…

Op zoek naar inspiratie rondom het thema van de boekenweek ‘Gouden Tijden, zwarte bladzijden’ kwam ik in mijn boekenkast zomaar opeens bij Kees van Kooten terecht. Terecht natuurlijk – en logisch bovendien -want hij is nu eenmaal schrijver van het boekenweekgeschenk.

Eenmaal heb ik Kees van Kooten in het echt gezien. In Drunen. Hij las voor uit eigen werk, groef zich autobio en deed dat met erg veel bezieling en nog meer modermismen. Als herinnering aan die avond heb ik in mijn boekenkast een door hem persoonlijk gesigneerd exemplaar staan van zijn boek ‘Meest Modermismen’. Vooral de persoonlijke boodschap heeft mij enorm getroffen: Drunen, 20 september 1993. En dan zijn handtekening eronder om deze boodschap van overweldigende importantie nog wat extra kracht bij te zetten.

Wat wel een beetje vervelend is, is dat ik me van Kees van Kooten zelf nauwelijks nog iets kan herinneren. Eigenlijk helemaal niets nu ik er nog eens over nadenk. Niet eens helemaal zijn eigen schuld wellicht.

Wat ik me namelijk vooral herinner, is die ene mevrouw uit het publiek die – terwijl Kees zeer literair en verre van simplisties bezig was – na de pauze vroeg of hij zo leuk de vieze man nog een keer wilde nadoen. Het werd stil in de zaal, naast haar trok een man met een olijke uitstraling voorzichtig aan haar rok om haar tot zitten – maar vooral tot stilte – te manen. Tevergeefs.

Het was een dame van een zekere leeftijd – wat mijn jonge collega’s geheel onterecht ‘de verkeerde kant van de veertig’ zouden noemen – in een scheve, artistiekerige jurk en met uitgesproken blond haar in een coupe soleil. Een coup soleil is een – in de jaren tachtig en negentig populair – kapsel waarbij je eerst een rubberen gaatjesmuts op je hoofd krijgt, vervolgens worden er met een haaknaald plukjes haar uit de gaatjesmuts gevist, zodat je er op een gegeven moment uitziet als je oude tandenborstel. Die oude tandenborstel wordt geblondeerd en dat resulteert in het gewenste zomerse effect. Gunstig neveneffect is dat de eerste grijze haren volledig in het blondeergeweld worden opgezogen. Noem dit kapsel in Frankrijk overigens nooit Coupe Soleil, want meewarige blikken zullen het gevolg zijn. In Frankrijk is de term ‘coup de soleil’ – in de vriendelijke vorm – gereserveerd voor het uiterlijk van Britten die de hele dag aan de Franse côte liggen te bakken, zonder ook maar enig moment aan zonnebrandcrème – of iets anders waar het woord beschermingsfactor in voorkomt – te denken. En in de tweede variant is een ‘coup de soleil’ een ander woord voor een echte zonnesteek .. of het is een manier om aan te geven dat er spreekwoordelijk een steekje los zit. Bij iemand.

Daarmee ben ik met een flinke omweg weer terug bij mijn mevrouw met haar artistiekerige jurk, haar blonde haren en haar innerlijke drive om haar verleden met ons te delen. Terwijl Kees van Kooten eerst nog – met een licht gevoel van misplaatste schaamte – doet alsof er niets aan de hand is, blijkt de mevrouw met de artistieke jurk van het aanhoudende soort. Het zaaltje was nu ook weer niet zo groot dat een microfoon noodzakelijk was – dus ze had ons aller aandacht. Ook zonder microfoon. Nu was het zo dat deze mevrouw – zelf een echte Brabantse overigens – haar man in Den Haag had leren kennen. En in de beginperiode van hun relatie gingen ze regelmatig ijs eten in de ijssalon van Talamini: Florencia. En precies daar was altijd – nou ja, in ieder geval die ene keer, een man die precies leek op de Vieze Man en ook nog eens precies zo sprak. Dat zeiden ze tien jaar later tegen elkaar toen ze gezellig saampjes voor de buis zaten om naar Koot en Bie te kijken. Want ja, want dat keken ze dus altijd hé. Ze waren fans. Daarom ook waren ze vanavond naar Drunen gekomen. Terwijl ze er niet eens wóónden. Dus meneer van Kooten zou vast wel begrijpen hoe belangrijk het voor hen was en daarom zou hij vast wel nog een keer – spe-ci-aal voor hen – De Vieze Man willen nadoen.

Kees van Kooten keek licht hulpeloos de zaal in en deed geen Vieze Man na. Hij wilde voorlezen. Uit eigen werk. Hij wilde zich helemaal autobio graven, zich afdromen en zwemmen met droog haar. Ik geloof niet dat hij ooit nog in Drunen terug is geweest.

Bomenmuts

10 november 2012

Ik ben een bomenmuts. Nog net geen lid van de Anonieme Bomenknuffelaars, al zijn daar verschillende redenen voor. Tot een paar dagen geleden wist ik namelijk niet eens dat ik het was. Een bomenmuts.

Het begon met een bewonersbrief van de gemeente: de straat krijgt een grondige opknapbeurt en daarom worden er 67 bomen gekapt. Door die bomen te kappen, kan de gemeente structureel de overlast aanpakken die deze bomen veroorzaken met hun wortelopdruk. Hun vermaledijde wortelopdruk zou ik welhaast willen zeggen. Persoonlijk vind ik het overigens een wat rigoureuze maatregel; zweetvoeten veroorzaken ook overlast, maar amputatie van de voet wordt zelden als serieuze maatregel voorgesteld. En zo kreeg ik langzaam gevoel voor deze bomen met zweetvoeten.  Sinds gisteren helemaal. Zo’n kap namelijk wel iets weg van een executie waarvan iedereen weet dat het eraan zit te komen behalve de persoon in kwestie. Eerst staat zo’n boom daar te staan, zoals hij daar al vele jaren staat. Laat hier en daar eens een blad vallen. Dat doen bomen namelijk in november. Weet niet wat hem te wachten staat. Dan komen er twee mannen in oranje pakken met een motorzaag; ze stoppen even, wachten op oranje kraanwagen. De grijper geeft het laatste zetje, en hop, nog dezelfde minuut klettert de boom op de straat – die daarmee plotsklaps écht opnieuw bestraat moet – en komt er een vrachtwagen die hele stukken boom in één keer afvoert. En dat keer 67.

Er komen overigens nieuwe bomen voor terug: 47 in totaal. Zonder zweetvoeten. Tot die tijd is onze straat gewoon lelijk. Heel Erg Lelijk. Wel een stuk lichter. Maar verder bijna net zo lelijk als de Reeshof waar we ooit woonden.  En het was juist het groen-in-de-wijk waar we voor vielen. Nu is het groen in de wijk gisteren voor mijn neus gevallen. En heb ik me gerealiseerd dat ik dus een bomenmuts ben. Geen bomenknuffelaar. Mocht ik trekjes gaan vertonen van iemand die zich bij voorkeur met een ketting van de gamma aan een willekeurige boom met zweetvoeten vastketent, wilt u mij dan tijdig waarschuwen?  Dank u.

Afbeelding

Afbeelding

Echolood 6: we varen richting Suez (maart 1947)

10 juni 2012

Dacht ik dat schrijven helemaal zelf uitgevonden hebben. Niet dus hé. mijn vader schreef namelijk ook al. In 1947 bijvoorbeeld, als algemeen redacteur van welfare nieuwsbulletin Het Echolood. Het zit dus gewoon in de genen. In dat jaar vertrekt mijn vader naar Nederland, op het évacuéschip M.S. Boissevain. Tijdens deze reis kijkt mijn 22-jarige vader vooruit naar Nederland (dat hij eigenlijk nauwelijks kent) en kijkt hij terug naar het Indië waarin hij is opgegroeid. Na 3,5 jaar pak ik de draad weer op met aflevering 6. Het schip vaart intussen ter hoogte van Mekka richting Suez.


DISLOCATIE-BERICHT M.S. Boissevain bevond zich hedenmiddag om 12,00 uur op 15º 40′ Noorderbreedte en 45º 00′ Oosterlengte. Het schip passeerde tussen 1 en 2 uur ‘s middags tussen de eilanden Abu Ail aan stuurboord en Djebel Zuqar aan bakboord. Aankomst in Suez op zaterdagochtend, 08.00 uur. Omtrent oponthoud te Suez en/of Port Said ontkent de gezagvoerder enige aanwijzingen te hebben.

KORTE BERICHTEN
Er zijn een groot aantal mokken, messen, enz. Aan het wandelen gegaan. Men wordt verzocht goed op zijn eetgerei te letten aangezien nieuwe verstrekkingen niet zullen plaatsvinden.

Wat u ‘s middags (en soms ‘s ochtends afhankelijk van het menu) langszij door de lucht ziet fladderen, dames en heren, zijn geen vliegende visschen; het zijn pakken-vol ongebruikt wc-papier dat de scheepskroost diverse ramen uitgooit. Wie van de gelukkige ouders zich geroepen voelt hun baldadige nazaten eens over de knie te leggen voor deze ‘grapjes’ kan a priori van luide bijval der stewarts en gestoorde zonnebaders zeker zijn, die bij hun ontwaken velletjes papier op hun rug vastgekleefd vinden (hoewel een witte, getande vlek op een bruine rug hoogst interessant staat).

Denkt om het schoonhouden der gamellen. Het is reeds gebeurd dat de saus in zoo’n vuile gamelle is bedorven. Gevolg: buikloop. Huh!!

INENTINGEN Volgens instructies van den Transportcommandant Lt. Kol. J. Mutters, moeten alle passagiers die vanuit Ned. Indië naar Nederland komen en die gedurende het laatste halfjaar niet zijn ingeënt tegen typhus, paratyphus A. en B. En cholera deze intenting aan boord ondergaan. Deze inenting is door het Ned. Gouv. verplicht gesteld. De inenting zal plaatsvinden op het recreatiedenk. Er wordt aandacht op gevestigd dat weigering van de inenting der betreffende perso(o)n(en) bij debarkatie in Nederland groote moeilijkheden zal bezorgen.

Nederlands Nieuws: De laatste 2 dagen vroor het ’s nachts nog, maar overdag lag de temperatuur om het vriespunt. De Bilt voorspelt een abnormale April-warmte. Nederlandse dienstplichtigen zullen in totaal 2,5 jaar dienen, waarvan 2 jaren in Nederlands-Indië. Prins Bernhard zal vanavond voor de radio zijn dank uitspreken naar aanleiding van de geboorte van HKH prinses Marijke.

Indisch nieuws; De militaire situatie in Nederlands-Indië was over het algemeen zeer rustig. Een Nederlandse Dakota met 24 passagiers en een bemanning van 2 koppen, wordt sinds gisteren vermist op een vlucht van Batavia naar Bandoeng.

Internationaal nieuws: In Cyprus braken ongeregeldheden uit in een interneringskamp voor illegale Joodse immigranten uit Palestina; er moesten wapens worden gebruikt, maar behoudens enkele gewonden vielen er geen slachtoffers. In Lucknow, Brits-Indië is pest uitgebroken. In één week stierven 1556 mensen aan de ziekte. Mr. E. Bevin was gisteren president van de Moskou conferentie en beantwoordde Molotovs beschuldiging dat er in de Britse zone hooggeplaatste Nazi’s hun plaats hadden behouden. Er werd besloten tot denazificatie van hoge posten. In aansluiting hierop wordt vernomen dat het Leger des Heils in Duitsland zal worden ontbonden omdat deze semi-militaire organisatie wellicht een militaire opstanding in Duitsland kan camoufleren.

OPEN DOEKJE. Er is hier aan boord een groepje personen dat hard werkt en waarover wij tot dusverre niets hadden geschreven. Wij bedoelen de hutstewards. Zij werken met een korte onderbreking van 6 uur ’s ochtends tot 8 uur ’s avonds en zijn om zoo te zeggen het geheugen van de hutpassagiers. De wijze waarop de hutten worden schoongehouden – men kan hier spreken van echte Hollandsche zindelijkheid. Vooral met het oog op de vele zieke passagiers is dit een mooi werk. En dat is een compliment ten volle waard.

Het inleveren van dekens. Wanneer een ruimpassagier in het hospitaal moet worden opgenomen, dienen zijn (of haar) dekens te worden ingeleverd bij de ruimcommandant. Dit moet geschieden op het moment dat de patient naar het hospitaal wordt gebracht. Zo wordt voorkomen dat deze dekens in de afwezigheid van de(n) ruimpassagier zouden zoekraken.

Tegen afstempeling van coupon 10 van distributiekaart is per persoon verkrijgbaar: 1 koek a 5 cent.

Varia Een passagier vroeg ons of de mogelijkheid bestond dat het Suezkanaal op de een of andere wijze ‘verstopt raakt’, zoodat wij bij deze plaats aangekomen, het bericht zouden krijgen “keer maar om en ga langs de Kaap”. (in dat geval zouden wij in Cairo bij afstempeling van coupon no. zooveel een vliegend tapijt krijgen – red.).

‘Het Echolood‘ is de naam van de krant die werd uitgegeven aan boord van M.S. Boissevain, een schip dat in maart 1947, gevuld met évacués, onderweg was van Batavia naar Nederland. Mijn 22-jarige vader was er algemeen redacteur, nieuwsredacteur was Hans E.L. Eichhorn en vaste medewerkers Rob Vermeijs en Ton van Heck. Het Echolood bevatte ‘officieele mededeelingen, redactioneele stukken, nieuwsberichten, Welfare-programma‘s en diversen‘.

Deel 1 van het Echolood: Welkom bij het Echolood

Deel 2 van het Echolood: Onderweg naar Sabang

Deel 3 van het Echolood: wat eraan vooraf ging: een zoon vindt zijn vader (augustus 1945)

Deel 4 van het Echolood: 2000 évacués op een schip voor 154 passagiers

Deel 5 van het Echolood: Is het echt zo koud in Nederland?

Buis en Haard II: Kleedje

7 juni 2012

Ruim twee maanden geleden schreef ik ook al over de – meesterlijke – rubriek ‘Buis & Haard’ en nu ga ik dat weer doen. Als dat maar goed gaat, denkt u misschien.  Misschien zou ik wel iedere week over ‘Buis & Haard’  kunnen schrijven. Omdat er iedere week weer een briljante foto in staat van weer een stel voor wie ‘vooral het Achtuurjournaal heilig is’ en waar ‘vanzelfsprekend het NRC gelezen wordt’.

Nu wil ik mijn vorige bijdrage natuurlijk niet herhalen, maar ik baal stiekem nog steeds vreselijk dat ik de Buis & Haard met daarin Sander van de Pavert, zijn bad en zijn wc-borstel niet meer heb teruggevonden. Jammerlijk tussen de reclamekrantjes verdwenen in het papierkratje dat zo trouw iedere veertien dagen door mijn geliefde gemeentelijke mannen van de milieustraat wordt opgehaald.

In Varagids 23 maken we kennis met John Lanting en Jenneke van der Heiden. Ze zitten naast elkaar in olijk zwart. John doet wat hij moet doen: hij lacht als een theater. Toch vindt hij zichzelf geen lolbroek.  Integendeel. Hij moet 100% geloven in wat hij speelt. En John wil graag gezichten zien, échte gezichten. Echtgenote Jenneke: “Het gaat bij jou nog altijd over de gezichtsuitdrukking.” Ik kijk nog een keer naar de lach die bijna de foto uitgalmt en ben jaloers op het gevoel van humor van de fotograaf. Wat zou hij in godesnaam gezegd hebben dat John zo doet bulderen en Jenneke zo gezellig doet meelachen? Waarom staat er eigenlijk een azalea op tafel? Nu heb ik niet heel veel verstand van planten, maar zoiets heb ik in mijn tuin en daar hangt een kaartje ‘azalea’ aan. Is natuurlijk helemaal prima hoor, zo’n plant op een schoteltje op tafel, maar je vraagt je toch even af of ze vergeten zijn een bosje bloemen te halen bij de plaatselijke bloemerette. Ik in ieder geval wel. Iets in de kleur van het vloerkleed bijvoorbeeld.

Maar eerlijk gezegd schrijf ik de volgorde nu helemaal verkeerd: als eerste viel mijn oog namelijk op de voetdimmer van de vloerlamp. Als je zo’n lamp wilt kopen, laten ze op het plaatje meestal alleen de lamp zelf zien, en dan blijkt er bij thuiskomst nog een doosje met zo’n lelijke dimmer in de verpakking te zitten. Zo’n akelig ding dat je net niet uit het zicht krijgt weggewerkt. Echt uit het zicht kan ook weer niet, want je moet er ook nog een beetje eenvoudig bij kunnen, anders valt er weinig te dimmen. Het effect zie je rechtsonder op de foto. Mooie uitsnede overigens, zo met een klein stukje lamp in dezelfde lijn als de lichtschakelaars en de thermostaat. Het groen van de bovenkant van de thermostaat komt mooi terug in het grote schilderij en de vaas rechtsonder in de kast. Subtiel.

Dan het kleedje. John zit op een kleedje. Jenneke niet. De vraag is: waarom? Het kleedje verbindt de blauwe stoel met het jasje van John, maar nogmaals: waarom zit hij op een kleedje? Heeft de kat op de bank gekotst, nét die dag dat de fotograaf kwam? Ja, dan zou ik ook op een kleedje willen zitten. Zeker als den bank nog niet is opgedroogd. Was het dat laatste glaasje port dat ze gisteravond toch niet meer hadden moeten drinken? Krijg je er natuurlijk nooit meer uit, zo’n vlek. Ook in dat geval is een kleedje praktisch. Waarschijnlijk is het zo’n deken om als het koud is helemaal onder te verdwijnen. Zak chips erbij en Koefnoen kijken. Of André van Duin. Maar dat mocht niet van de fotograaf, onder de deken kruipen. Dus is John er maar op gaan zitten. Toch een beetje jammer.