Skip to content

Welkom bij Rachel Schrijft

Naast het recente werk kunt u hier terecht voor (bijna) alles wat eerder verscheen op het vk-blog (2007-2011). Voorlopig is het hier nog wel even under construction, maar daar kunt u vast doorheen kijken.

De reactieruimte staat niet voor niets open; reacties zijn welkom. Een uitzondering maak ik voor beledigende of kwetsende reacties. Die horen hier niet thuis. Waar wel eigenlijk? Maar goed, dat is een vraag van geheel andere orde.

Dol op Huis & Baard

21 maart 2012

Ik heb een abonnement op de Varagids. En al heel lang, moet ik bekennen. Niet om te zien wat er op tv komt, daarvoor heb ik mijn iPad. Veel handiger. Nee, het is de rubriek Buis & Haard waar ik iedere week naar uitzie. Hoe heerlijk is het om iedere week een huiselijke foto te zien en te lezen dat ook voor dit stel ‘vooral het Achtuurjournaal heilig is’.

Zelden staat er iets ‘toevallig, op de foto, stapeltjes boeken worden zorgvuldig samengesteld en vervolgens even zorgvuldig scheef gestapeld. Correcte titels zichtbaar in beeld. En opgeruimd is het altijd. Nog nooit zag ik een half uitgekotste muis ‘Ach ja, we zijn kattenmensen, moet kunnen. Overigens kijken we vooral naar Tegenlicht en Nieuwsuur. En het Achtuurjournaal natuurlijk’, of slingert er een AD op tafel, de kop ‘Gaan Wesley en Yolanthe scheiden?’ zichtbaar in beeld . Altijd maar weer NRC of Volkskrant. En de laatste van Herman Koch.

Soms zijn er echt pareltjes van foto’s tussen. Een tijdje terug bijvoorbeeld de foto met de wc-borstel van Sander van de Pavert. Echt, Sander van Lucky TV is voor mij een stuk sympathieker geworden sinds ik weet wat voor wc borstel Sander heeft. Het maakt hem een beetje schattig eigenlijk. De foto ging natuurlijk vooral over de smaakvolle badkamer, het bad vol bubbels, het glaasje vol bubbels, een kaarsje en Sander. En dan die wc-borstel. Zo een van drie euro van de Albert Heijn. Maar Xenos kan ook. Ik zie Sander over straat lopen met een plastic tas met wc-borstel in zijn linkerhand. Ondertussen hard nadenkend over het filmpje dat hij nog moet maken voor De Wereld Draait Door. Van de peniskokers van het Koninklijk Huis naar de wc-borstel van Sander is maar een kleine stap tenslotte.

Deze week zijn Guido van Woerkom & Monique Waalkens aan de beurt. Hij is ANWB-directeur en zij arts. Zijn rode broek kleurt perfect bij het bosje rozen op de salontafel. Subtiel. Er is weinig toevallig aan deze foto. Wel vraag ik me af waarom ze de gordijnen hebben dichtgedaan. Vast lelijk uitzicht, veel blik op de weg. Bijvoorbeeld. Dan het citaat: ‘Rob Trip. Wat doet die man dat goed. Wat een eloquentie’. Hoed u voor mannen met rode broeken en hun eloquentie. Op de tafel uiteraard een NRC en ‘Koken met Sylvia Witteman’. Aan de wand twee klassieke stillevens. Prachtig toch? Klassieke inrichting, klassiek stel, weinig is aan het toeval overgelaten. Of het moet de opmerking zijn over ‘de onderkoelde houding van Jan Mulder’. Ik vind van alles van Jan Mulder: zo vind ik hem (gespeeld) boos, luidruchtig of verongelijkt, taalvaardig ook. Maar onderkoeld? Neuh, dat niet.

En dan valt mijn oog op een fotolijstje. Zo’n wit digitaal fotolijstje van de discountkoning. Of van een kerstgeschenk. Dat laatste lijkt me waarschijnlijker. Een bezoek aan de discountkoning is vast geen uiting van wellevendheid. Een kerstgeschenk van een bevriende drukkerij, dat is het. In de hoek van het glazen tafeltje staat altid de kerstboom. En toen de fotograaf kwam, was kerst nog maar net voorbij. Daarom staat het witte lijstje nog even op het glazen tafeltje in de woonkamer. Binnenkort verdwijnt het lijstje naar de werkkamer. Boven. Daar staat het mooi naast de multifunctionele plakbandhouder met weerstation van vorig jaar.

Ik verheug me nu al op de volgende Vara Gids. Niet dat ik veel tv kijk, liever lees ik een goed boek. Behalve het Journaal, dat is heilig voor me.

Buis & Haard Varagids 12

Advertenties

Franse vriendschap. En andere ongemakken

18 maart 2012

Mijn bijdrage aan het Schrijverscafé Oosterhout van 18 maart 2012 in het thema van de boekenweek: ‘Vriendschap en andere ongemakken’: 

“Quelle Surprise!” Vier luchtkussen in de lucht als teken van begroeting. Onze Franse overburen zijn kennelijk blij ons te zien.  Zelf voelen we ons zoals we eruit zien: ietwat verfrommeld na onze duizendkilometerrit van deur-tot-deur, maar ook wij zijn blij. Uiteraard. Al was het maar omdat  we de komende week niet zo heel veel moeten.  Ach, we moeten iets met een dakgoot, maar verder hoeven we niet zo veel. En dat in de Savoie. Een mooie omgeving om niet zo veel te moeten. Er kan namelijk van alles. We komen er graag.

Ondanks de enthousiaste ‘quelle suprise!’ hadden ze ons natuurlijk gewoon verwacht hoor deze week. Sterker nog: ze hebben zich er op voorbereid. En goed ook. Of we zin hebben om morgen bij hen te komen eten. Ze hebben een  streekgerecht meegenomen voor ons, een delicatesse.  Maar dat is morgen pas. Ondertussen zet Philippe de eerste flessen op tafel en haalt Christiane wat schaaltjes worst, kaas en radijs. De auto leeghalen, kan ook later en bovendien, het is onbeleefd om te weigeren.

Naarmate ik vaker in Frankrijk kom, voel ik me meer buitenlander. Frankrijk is namelijk best een ingewikkeld land qua omgangsvormen en veel subtiliteiten ontgaan mij. Denk ik. Al doe ik wel mijn best om op gezette tijden begripvol te knikken. En ons inlevings- en aanpassingsvermogen is enorm. Verrassingen blijven er desondanks altijd.

“Weet je wat mijn zoon laatst zei aan tafel…. de brutaliteit.” Christiane met een glaasje rosé met een scheutje limoensiroop in haar linkerhand, kan er nóg boos om worden. ‘Je veux le beurre’ zei hij, kun je het je voorstellen? “Je veux”. Ik knik begripvol en zwijg gepast. Heb een vermoeden. Zoonlief kijkt me vragend aan, zijn wenkbrauwen minstens tien centimeter hoger dan normaal. ‘Je veux, dat betekent toch ‘ik wil?’, fluistert hij, ernstig op zoek naar de brutaliteit van zijn Franse vriendje. Het is natuurlijk ‘je voudrais’, ik zou graag willen. Een tienjarige wíl geen boter, hij zóu graag de boter willen.

“Morgen gaan papa en mama bij Philippe en Christiane eten”, vertellen we de kinderen. “Ze hebben iets speciaals voor ons meegenomen, iets bij hen uit de buurt.” Philippe en Christiane komen uit Troyes, regio Champagne-Ardennes in het noorden van Frankrijk. Een gebied met veel bos en champagne-wijngaarden. Wij kunnen ons zomaar voorstellen dat zo’n omgeving moois te bieden heeft.

De volgende dag zijn we uiteraard iets te laat op tijd. Op tafel een schaal salade, Franse kruidige rijst en…. Andouillette. “We hebben de echte voor jullie meegenomen, niet van dat fabrieksspul uit de supermarkt. Deze komen van een slager uit het centrum van Troyes, en ze hebben een AAAAA certificaat. Dat betekent dat de Andouillette is goedgekeurd door de Association Amicale des Amateurs d’Andouillette Authentique. Vooruit maar. En al heet het ding tien keer Andouillette en al zouden er tien A’s op het certificaat staan, ik zie gewoon een worst op mijn bord liggen.

“De smaaksensatie is enorm, al moeten sommige mensen er even aan wennen”, vertelt Philippe. Zijn enthousiasme wordt steeds groter als hij vertelt over deze delicatesse, de varkensdarm en het feit dat de echte Andouillette uit Troyes geen slachtafval bevat, zoals sommige andere van duidelijk inferieure kwaliteit. En, niet onbelangrijk, de varkensingewanden hebben minimaal een week gerijpt en zijn daarna drie weken gerookt om nog een keer gekookt te worden en weggelegd om na te rijpen. Het is dus duidelijk niet zomaar een worst, maar het resultaat van een maand ambachtelijke inzet.

Ondertussen vraag ik me af of de problemen met het riool weer zijn teruggekomen. Het ruikt namelijk een beetje vreemd aan tafel, een beetje bedorven, maar ik wil de eetlust én onze Franse vriendschap niet bederven dus zeg maar niets.  In plaats daarvan doorsnijd ik de varkensdarm, bezie de stukjes orgaanvlees en neem vol goede moed een hap. Oei.

Zo moet het dus zijn als je je mond vol poep hebt. Poep met rubberachtige stukjes. Het lukt me om de hap niet direct uit te spugen, iets wat mijn lichaam het liefste zou doen, maar dat is niet goed voor de vriendschap. Dan maar een slok rosé. Twee. Hoopvol kijken onze Franse vrienden ons aan. “C’est bon, n’est-ce pas?” Manlief en ik grimlachen allebei vriendelijk en nemen – met ons gezicht op kiespijn – nog een hap. Manlief brengt het er iets beter van af. Ik vind uiteindelijk een manier waarbij ik mijn adem inhoud terwijl ik een miniscuul hapje neem, die zo snel mogelijk doorslik om vervolgens een grote hap salade, rijst én een slok rosé te nemen. Zo lukt het me om een halve Andouillette weg te werken. Maar dan moet ik echt opgeven. Mijn man – ik weet nu zeker dat ik nog meer van hem houd – eet de andere helft én zijn eigen Andouillette op. Zelf kan ik niets meer eten natuurlijk, want ‘hoewel het heerlijk was natuurlijk’ had ik ‘helaas echt genoeg gegeten’. Jammer van het kaasplankje en de crème brulée. We bespreken die avond de Franse en de Nederlandse politiek en eindigen met een koffie.

Thuis vind ik een zak chips die ik achter elkaar leeg eet. We zwaaien en kussen nog steeds als begroeting, maar Philippe en Christiane hebben ons nooit meer uitgenodigd voor een etentje. 

Overgrootouders

12 februari 2012

Een jaar of twee geleden kreeg ik van mijn tante deze foto. Ik heb wel wat met geschiedenis en met familie en dat weet ze. Of ik er misschien iets over wilde schrijven. Dat wilde ik zeker, maar ik moest eerst nog afstuderen….. Op de foto drie bruidsparen, twee broers en een zus: ze trouwen op 15 augustus 1905 in Amersfoort. Waarom ze met zijn drieën op dezelfde dag trouwden, weet ik niet. Was het praktisch? Was het zo’n hechte familie? Mijn overgrootvader staat ook op de foto. Net als mijn overgrootmoeder. Erg oud is hij trouwens niet geworden, mijn overgrootvader, want hij overleed in 1929. Ik kan hem dus niet echt zelf meer iets vragen over deze foto of over zijn leven. Ook zijn kinderen leven niet meer. Een bijzondere man was het wel, als de vage verhalen kloppen die ergens in mijn hoofd dwarrelen. En als ik er over nadenk, is mijn overgrootmoeder eigenlijk net zo bijzonder. Al weet ik over haar nog minder dan over mijn overgrootvader. Mijn overgrootouders trouwden op 13 februari 1908, morgen 104 jaar geleden dus. Helaas heb ik daar geen foto van. Daarom maar deze foto, de eerste foto – denk ik – waar ze beiden op staan. En nu maar kijken of het me lukt om de vage dwarrels wat helderder te krijgen. Zou leuk zijn.

Verknipseld

8 februari 2012

Ik heb een schrijfboekje. Een klein mooi boekje met Frans motief, magneetsluiting en achterin een steekvakje voor losse blaadjes. Graag wilde ik voor mijn creatieve schrijfselen een mooi boekje en geen degelijk zwart exemplaar. Dergelijke exemplaren gebruik ik bij voorkeur op mijn werk voor degelijke aangelegenheden.

Af en toe schrijf ik eens wat losse woorden op in de hoop dat ze ooit nog eens de basis vormen voor een mooi en lezenswaardig blog. Zo zie ik ‘scheve schaats gefietst’. Geen idee meer wie het gezegd heeft, waar, wanneer en waarom, maar met de huidige temperaturen is het eerlijk gezegd best actueel. Ik vermoed dat het tijdens een langdurige vergadering is geweest, op de bladzijde ernaast lees ik ‘vergadermoeee’. Ook ‘Andouillette’ wacht op verder uitwerking, gaat vast goedkomen, net als ‘Gezellige vaders op het strand’ (kan nog even wachten). Verder nog veel lege bladzijden, er is ook nog veel niet gezien.

Maar dan, achterin het boekje, in het steekvakje-voor-losse-blaadjes, vind ik een klein krantenknipseltje. “Stickers mogen op vuilcontainer”. Geen idee wanneer dit speelde. En nee, ik ken niemand in Winterswijk. Of het moet zijn dat heel Nederland op dit moment voelt als Eén Groot Winterswijk, maar dat terzijde.
Ik lees nog eens. Bijna was het verboden om een vrolijke sticker op een Winterswijkse vuilcontainer te plakken: veel te onrustig voor het straatbeeld. Ik lees het berichtje met dezelfde verbazing als toen ik het lang geleden voor de eerste keer zag en denk aan mijn start in de ambtenarij. Ik had nog maar net de overstap van bedrijfsleven naar gemeenteland gemaakt en keek met grote ogen naar de nieuwe wereld om me heen. ‘Wat er ook gebeurt, blijf je vooral verbazen’, sprak mijn leidinggevende. En dat is wat ik doe. Ook over kliko’s in Winterswijk, iets wat kennelijk ooit een issue was.

Stickers mogen op vuilcontainer

De lach van de orchideeënkweker

11 december 2011

Soms vergeet je gewoon dat je een weblog hebt. Mij overkomt dat wel eens. Een hoofd vol ideeën, ik hoef ze alleen nog maar op te schrijven. Nieuwe rubrieken, lange verhalen, korte verhalen, zeer korte verhaaltjes. Ik hoef ze alleen nog maar op te schrijven. Voorlopig bivakkeren ze in mijn hoofd. Nog erger is de categorie ‘wel geschreven, niet geplaatst’. Zoals mijn laatste bijdrage voor het Schrijverscafé Oosterhout van afgelopen november. Onder de titel ‘De lach van de orchideeënkweker’ presenteerden de Oosterhoutse caféschrijvers hun eigen verhaal van maximaal duizend woorden. Ik dus ook. Misschien geen typische RachelSchrijft-bijdrage, maar op het blog hoort ie natuurlijk wel thuis. Bij deze dus.

De lach van de orchideeënkweker

‘Liefdevol verwaarlozen, dat is het beste’, klinkt het uit het niets. ‘Eens in de twee weken een half uurtje in het water onderdompelen. Zo heb ik het altijd gedaan, en het heeft me altijd veel opgeleverd.’ Een jonge vrouw kijkt om zich heen om te zien waar de stem vandaan komt. Ze hoort iemand lachen, een harde, vreemde lach. Dan haalt ze haar schouders op en loopt verder door het tuincentrum. Vaste planten heeft ze nodig, vaste planten die snel groeien. Voor op hun eigen, nieuwe camping. In de kar zestien vlinderstruiken, twee olijfwilgen, nog twaalf laurierkersen: bij elkaar een aanhanger vol. Terwijl Johan, haar man, hard aan het werk is met het aanleggen van de waterleiding op het campingterrein, stort zij zich op het groen. Het moet er volgend voorjaar natuurlijk wel mooi uitzien, wanneer het seizoen start en ze de eerste gasten ontvangen. Ze glimlacht.

Vier jaar lang hebben ze alle uitzendingen van ‘Ik vertrek’ bekeken en zich rot gelachen om al die landgenoten die zonder de taal te spreken en zonder iets van hun nieuwe land te weten, een bouwval kochten om er hun zogenaamde droom waar te maken. Dat de arme drommels na maanden kluswerk beloond werden met ‘Echte Campinggasten’ en daarmee voortaan gedurende het vakantieseizoen zeven dagen per week iedere ochtend om zes uur haren uit tien verschillende doucheputjes stonden te vissen en avonds om elf uur nog steeds aan het werk waren, daarover hadden al die mensen geen moment nagedacht. En nu waren ze zelf zulke landgenoten, maar dan de verbeterde versie. Hoopten ze.

Ze hadden een stuk grond-met-bijgebouwen gekocht in de Franse Savoie, rustig gelegen aan de rand van een pittoresk dorpje van driehonderd inwoners. Een ideaal gebied, veel zon, prachtige natuur, een beek en een meertje waar de forellen je ongeveer tegemoet springen. Voor een mooie prijs kunnen bemachtigen. De vorige eigenaar deed iets met bloemen en planten; hij kweekte onder andere orchideeën. Zijn oude werkruimte gingen ze dit najaar verbouwen tot sanitairgebouw. De kas was een bijzondere ruimte, niet zoals je een kas zou verwachten, niet zoals ze het uit Nederland kenden, maar veel wit en veel glas; een kruising tussen iets medisch en een slagerij. Kon dat? In krullerige letters stond er ‘jamais’ en nog iets boven de deur. Het laatste deel was onleesbaar geworden. Met een beetje fantasie konden ze de kas verbouwen tot een soort theehuis; voor de campinggasten, maar ook voor de mensen uit het dorp. Ze wilden tenslotte graag integreren in de lokale gemeenschap en een theehuis was er nog niet. Tot nu toe hielden de mensen uit het dorp zich behoorlijk op de vlakte, maar dat hoorde vast bij de streek. Zelfs de vorige eigenaar hadden ze nooit gezien of gesproken. De onderhandelingen waren verlopen via de makelaar en hoewel ze elkaar uiteindelijk bij de notaris zouden ontmoeten, was er van hun kant iets tussengekomen waardoor Johan en zij er zelf niet bij konden zijn. Ze zouden hem beslist een keer treffen in het dorp, bij de bakker of bij de kapper.

Zo rijdt Carine met een aanhanger vol planten haar dagelijkse ritje van twintig minuten over de bochtige weg naar boven. Het is een prima weg, goed te doen met hun bus en nu al kent ze iedere bocht, weet ze waar het uitzicht mooi is, weet ze in welke bocht je de péage ziet, wanneer je het kapelletje in het dal ziet liggen, waar de ezels staan. Saucisse d’âne, ezelworst, zo noemen Johan en zij de dieren in het veld. Arme ezels. Ze rijdt het terrein op en parkeert de bus naast het toiletgebouw-in-wording. Johan zwaait met een waterpomptang in zijn hand alsof het een vlaggetje is en zij de koningin met Koninginnedag. Welkom thuis en tijd voor een pauze.

Samen drinken ze buiten in de zon een kop hete koffie, omringd door de herfstkleuren van een mooie oktoberdag. Johan is flink opgeschoten vandaag. Hij heeft hulp gekregen van Philippe, een jongen uit het dorp. Voor een paar euro per uur heeft Philippe de hele dag lopen sjouwen en geholpen met afvoeren van puin uit de oude werkruimte. Ook de opa van de jongen was nog langs geweest om een kruiwagen te brengen. En een schaal met eigengebakken Madeleines. ‘Zie je wel, dat ze zo stug niet zijn, die dorpelingen’, lacht Johan terwijl hij nog een Madeleine van de schaal pakt. ‘Lekkere cakejes’, mompelt hij met volle mond, ‘neem er ook één schat’. Carine schudt haar hoofd, is in haar hoofd bezig met het maken van tien to-do-lijstjes voor de komende dagen. Ze neemt gehaast een slok van haar koffie. ‘Die planten gaan morgen maar de grond in. Wel loop ik eerst even naar de forellenvijver, kijken hoe dat met die pomp zit voordat de boel verdroogt hier’.

Een kleine twintig minuten later denkt ze Johan te horen; een harde vloek, gevolgd door een vreemde lach. Straks maar eens vragen wat er gebeurd is. Haar oog valt op een afgesleten steen, met ‘jamais’ erin gebeiteld en dan nog iets. Dat is de derde al op het terrein. En overal is het laatste deel onleesbaar. Onleesbaar gemaakt? Misschien weet Johan er meer van, misschien heeft hij het van een van de dorpelingen gehoord. Dan ziet Carine in de verte de opa van Philippe lopen, met een bomvolle kruiwagen. Loopt hij naar de vijver? En waarom het zo is, weet ze niet, maar het maakt haar opeens ongerust. Die lach, heeft ze die niet eerder gehoord? Ze denkt terug aan de stem eerder die dag: ‘een half uurtje in het water onderdompelen; het heeft me altijd veel opgeleverd..’ Opa met de zelfgebakken Madeleines, de kruiwagen, Johan. De forellenvijver. Onderdompelen. Ze zet het op een hollen. De deur van de werkruimte staat open. Geen Johan. Op de tafel liggen twee rouwkransen, gemaakt van paarse orchideeën met op ieder een lint waarop in krullerige letters lezen is: ‘Jamais de la vie!’. Dan valt achter haar de deur met een klap in het slot. Ze wordt bang.

Graag geschreven is niet langer leeg

29 mei 2011

En dan ben je opeens je eigen weblog aan het lezen. Idioot eigenlijk. Veel oude bijdragen die je niet meer kent. Andere die je nog wel kent, maar die toch ook weer anders zijn dan in je hoofd. Herkenbaar? Of ben ik de enige idioot die zijn eigen weblog nog eens naleest? Ach, dat is dan maar zo. Ziet er trouwens best aardig uit op de iPad; heel anders en daarmee ook wel weer een beetje nieuw.

Om al die oude bijdragen die ik ooit graag geschreven heb niet te vergeten, heb ik een nieuwe categorie – en meteen ook maar een nieuwe pagina – gemaakt: ‘Graag geschreven’. Als u ze nou ‘graag gelezen’ heeft, dan is er toch weer iets moois ontstaan vandaag, niet? Ondertussen schijnt ook de zon weer. Dus ik bedoel maar.

Weblog Rachel schrijft op iPad

Annemarie Jorritsma denkt wijze woorden

25 mei 2011

En dan opeens zie je een foto die een kruising is tussen Wickie de Viking en de Denker van Rodin. Het is echter Annemarie Jorritsma. Ook goed. Het is een paginagrote foto bij een belangwekkend artikel. Helaas kan ik u niet melden waar het artikel exact over ging. Onder de indruk van De Foto heb ik namelijk direct dit beeld vastgelegd in mijn geheugen en iPhone waarna het desbetreffende tijdschrift (VNG magazine) in de papierbak belandde.

Annemarie Jorritsma blikt zuinigjes in de camera. Het schijnt dat ze haar zegeningen telt. Iets met onderhandelingen en het bestuursakkoord met het Rijk. “Meer zat er gewoon niet in”, zegt ze hierover. Vandaar ook die zuinige blik. Bij onderhandelingen waarbij er gewoon niet meer in zit, past geen uitbundige lach. Toch vertellen haar ogen dat ze wel een beetje trots is op het resultaat. Of het dan gaat om het resultaat van de onderhandelingen of het resultaat van de fotoshoot, is minder relevant.

Ze draagt een kostuum, een hevig mannelijke krijtstreep. Beetje formeel, streng ook wel, zeer geschikt voor zware onderhandelingen, maar niet heel erg Annemarie Jorritsma. Vind ik. Niet gehinderd door enige kennis overigens, want echt volgen, doe ik haar niet. Toch lijkt ze me meer het type voor kleurrijke kleding, een wild foezelkraagje en een uitbundige blouse. De hevig mannelijke krijtstreep wordt dan ook opgevrouwelijkt met een kolossale sjaal. De woordspeling kolossjaal ligt voor de hand, maar laat ik achterwege. Nu heb ik ook al geen verstand van sjaals –of shawls zo u wilt – maar dit is een bijzonder groot exemplaar dat alles verbergt. Met een beetje fantasie kun je er een kleurrijke niqaab of wikkelrok van maken, de tafel mee dekken of een kind in dragen. Ik bedoel maar.

Maar het meest opvallende aan de foto is toch de pose, met de hand iets onder kin. Maar ook weer net niet. Zo’n pose is er doorgaans op gericht om indruk te maken, alsof de geportretteerde een rechtstreekse nakomeling is van Rodin of van een willekeurige Griekse filosoof. Of bij gebrek hieraan anderszins voorzien is van intellectuele trekken of wijze interessantigheden. Annemarie heeft echter niet helemaal de hand onder de kin, maar er iets naast; het moet ook niet al te filosofisch worden, dat past niet bij haar goedlachse imago. Het resultaat is een beetje gekunsteld. Wat doet die hand daar naast de kin met de vinger ter hoogte van de verstandskies? Was de vinger nog enkel centimeters richting neus gericht, dan was het een heus Wickie de Viking portret geworden. Dat had me ook wel leuk geleken.

Annemarie Jorritsma in VNG Magazine