Spring naar inhoud

De lach van de orchideeënkweker

11 december 2011

Soms vergeet je gewoon dat je een weblog hebt. Mij overkomt dat wel eens. Een hoofd vol ideeën, ik hoef ze alleen nog maar op te schrijven. Nieuwe rubrieken, lange verhalen, korte verhalen, zeer korte verhaaltjes. Ik hoef ze alleen nog maar op te schrijven. Voorlopig bivakkeren ze in mijn hoofd. Nog erger is de categorie ‘wel geschreven, niet geplaatst’. Zoals mijn laatste bijdrage voor het Schrijverscafé Oosterhout van afgelopen november. Onder de titel ‘De lach van de orchideeënkweker’ presenteerden de Oosterhoutse caféschrijvers hun eigen verhaal van maximaal duizend woorden. Ik dus ook. Misschien geen typische RachelSchrijft-bijdrage, maar op het blog hoort ie natuurlijk wel thuis. Bij deze dus.

De lach van de orchideeënkweker

‘Liefdevol verwaarlozen, dat is het beste’, klinkt het uit het niets. ‘Eens in de twee weken een half uurtje in het water onderdompelen. Zo heb ik het altijd gedaan, en het heeft me altijd veel opgeleverd.’ Een jonge vrouw kijkt om zich heen om te zien waar de stem vandaan komt. Ze hoort iemand lachen, een harde, vreemde lach. Dan haalt ze haar schouders op en loopt verder door het tuincentrum. Vaste planten heeft ze nodig, vaste planten die snel groeien. Voor op hun eigen, nieuwe camping. In de kar zestien vlinderstruiken, twee olijfwilgen, nog twaalf laurierkersen: bij elkaar een aanhanger vol. Terwijl Johan, haar man, hard aan het werk is met het aanleggen van de waterleiding op het campingterrein, stort zij zich op het groen. Het moet er volgend voorjaar natuurlijk wel mooi uitzien, wanneer het seizoen start en ze de eerste gasten ontvangen. Ze glimlacht.

Vier jaar lang hebben ze alle uitzendingen van ‘Ik vertrek’ bekeken en zich rot gelachen om al die landgenoten die zonder de taal te spreken en zonder iets van hun nieuwe land te weten, een bouwval kochten om er hun zogenaamde droom waar te maken. Dat de arme drommels na maanden kluswerk beloond werden met ‘Echte Campinggasten’ en daarmee voortaan gedurende het vakantieseizoen zeven dagen per week iedere ochtend om zes uur haren uit tien verschillende doucheputjes stonden te vissen en avonds om elf uur nog steeds aan het werk waren, daarover hadden al die mensen geen moment nagedacht. En nu waren ze zelf zulke landgenoten, maar dan de verbeterde versie. Hoopten ze.

Ze hadden een stuk grond-met-bijgebouwen gekocht in de Franse Savoie, rustig gelegen aan de rand van een pittoresk dorpje van driehonderd inwoners. Een ideaal gebied, veel zon, prachtige natuur, een beek en een meertje waar de forellen je ongeveer tegemoet springen. Voor een mooie prijs kunnen bemachtigen. De vorige eigenaar deed iets met bloemen en planten; hij kweekte onder andere orchideeën. Zijn oude werkruimte gingen ze dit najaar verbouwen tot sanitairgebouw. De kas was een bijzondere ruimte, niet zoals je een kas zou verwachten, niet zoals ze het uit Nederland kenden, maar veel wit en veel glas; een kruising tussen iets medisch en een slagerij. Kon dat? In krullerige letters stond er ‘jamais’ en nog iets boven de deur. Het laatste deel was onleesbaar geworden. Met een beetje fantasie konden ze de kas verbouwen tot een soort theehuis; voor de campinggasten, maar ook voor de mensen uit het dorp. Ze wilden tenslotte graag integreren in de lokale gemeenschap en een theehuis was er nog niet. Tot nu toe hielden de mensen uit het dorp zich behoorlijk op de vlakte, maar dat hoorde vast bij de streek. Zelfs de vorige eigenaar hadden ze nooit gezien of gesproken. De onderhandelingen waren verlopen via de makelaar en hoewel ze elkaar uiteindelijk bij de notaris zouden ontmoeten, was er van hun kant iets tussengekomen waardoor Johan en zij er zelf niet bij konden zijn. Ze zouden hem beslist een keer treffen in het dorp, bij de bakker of bij de kapper.

Zo rijdt Carine met een aanhanger vol planten haar dagelijkse ritje van twintig minuten over de bochtige weg naar boven. Het is een prima weg, goed te doen met hun bus en nu al kent ze iedere bocht, weet ze waar het uitzicht mooi is, weet ze in welke bocht je de péage ziet, wanneer je het kapelletje in het dal ziet liggen, waar de ezels staan. Saucisse d’âne, ezelworst, zo noemen Johan en zij de dieren in het veld. Arme ezels. Ze rijdt het terrein op en parkeert de bus naast het toiletgebouw-in-wording. Johan zwaait met een waterpomptang in zijn hand alsof het een vlaggetje is en zij de koningin met Koninginnedag. Welkom thuis en tijd voor een pauze.

Samen drinken ze buiten in de zon een kop hete koffie, omringd door de herfstkleuren van een mooie oktoberdag. Johan is flink opgeschoten vandaag. Hij heeft hulp gekregen van Philippe, een jongen uit het dorp. Voor een paar euro per uur heeft Philippe de hele dag lopen sjouwen en geholpen met afvoeren van puin uit de oude werkruimte. Ook de opa van de jongen was nog langs geweest om een kruiwagen te brengen. En een schaal met eigengebakken Madeleines. ‘Zie je wel, dat ze zo stug niet zijn, die dorpelingen’, lacht Johan terwijl hij nog een Madeleine van de schaal pakt. ‘Lekkere cakejes’, mompelt hij met volle mond, ‘neem er ook één schat’. Carine schudt haar hoofd, is in haar hoofd bezig met het maken van tien to-do-lijstjes voor de komende dagen. Ze neemt gehaast een slok van haar koffie. ‘Die planten gaan morgen maar de grond in. Wel loop ik eerst even naar de forellenvijver, kijken hoe dat met die pomp zit voordat de boel verdroogt hier’.

Een kleine twintig minuten later denkt ze Johan te horen; een harde vloek, gevolgd door een vreemde lach. Straks maar eens vragen wat er gebeurd is. Haar oog valt op een afgesleten steen, met ‘jamais’ erin gebeiteld en dan nog iets. Dat is de derde al op het terrein. En overal is het laatste deel onleesbaar. Onleesbaar gemaakt? Misschien weet Johan er meer van, misschien heeft hij het van een van de dorpelingen gehoord. Dan ziet Carine in de verte de opa van Philippe lopen, met een bomvolle kruiwagen. Loopt hij naar de vijver? En waarom het zo is, weet ze niet, maar het maakt haar opeens ongerust. Die lach, heeft ze die niet eerder gehoord? Ze denkt terug aan de stem eerder die dag: ‘een half uurtje in het water onderdompelen; het heeft me altijd veel opgeleverd..’ Opa met de zelfgebakken Madeleines, de kruiwagen, Johan. De forellenvijver. Onderdompelen. Ze zet het op een hollen. De deur van de werkruimte staat open. Geen Johan. Op de tafel liggen twee rouwkransen, gemaakt van paarse orchideeën met op ieder een lint waarop in krullerige letters lezen is: ‘Jamais de la vie!’. Dan valt achter haar de deur met een klap in het slot. Ze wordt bang.

Advertenties
5 reacties leave one →
  1. 11 december 2011 14:51

    Spannend, ben benieuwd hoe t afloopt.

  2. 11 december 2011 15:50

    Orchideeën en rouw zijn ook hier onlosmakelijk met elkaar verbonden.
    Knap hoe je de titel van het verhaal omzeilt in je tekst. Zelfs het woord orchideeënkweker heb je, behalve in de titel, niet genoemd.
    Spannende, zo’n open einde. Als lezer kan je verder filosoferen over de afloop.

  3. 11 december 2011 19:27

    Goed en leuk je weer te lezen.

  4. 11 december 2011 21:28

    Spannend, komt er een vervolg of is dit een open einde?

  5. Anoniem permalink
    6 februari 2012 13:04

    Beste Rachel,

    Misschien, héél misschien herken je me nog van naam. Ik heb namelijk in 2008 je een interview gestuurd voor mijn opleiding Communicatie. Dit was toen geregeld via Carmen Mutsaers (mijn tante). Ik ben inmiddels 4 jaar verder en zit in mijn afstudeerjaar. Ik ben bezig met afstuderen op het gebied van interne communicatie. Daarover moet ik een onderzoek doen en een scriptie schrijven. Toevallig kwam ik je tegen in de LinkedIn groep ‘interne communicatie’. Je naam kwam me bekend voor dus ben weer op zoek gegaan naar je e-mail in mijn mailbox haha. (die het overigens niet meer doet kwam ik achter na een gesprek met mijn tante, dus even via deze weg, kon nergens anders een ander e-mailadres vinden!)
    Ik ben op zoek naar iemand waarmee ik over het aspect interne communicatie kan praten. Ik zag op LinkedIn dat dat één van jouw specialisaties is. Ik vroeg me af of ik met je een afspraak kon plannen in het kader van mijn onderzoek interne communicatie. (Mijn opdracht is: de interne communicatie verbeteren bij het bedrijf Lincoln Smitweld in Nijmegen).

    Ik zou heel graag wat perspectief willen van iemand die al lang in het vak zit. Ik hoop dat dit mogelijk is!
    Ik hoor het graag. Alvast heel erg bedankt!

    Met vriendelijke groeten,

    Marlou Lemoine
    marloulemoine@Hotmail.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: