Spring naar inhoud

Boomplantdag

28 maart 2009

Hé pap, moet je hier kijken’. Oudste wijst naar de grond. Daar ligt een libel. Een beetje knullig op de grens tussen zandpad en heideveld. Een beetje verstopt ook. Gekke plaats voor een libel. ‘Wat een mooie vleugels heeft hij’, vindt Jongste. Met zijn drieën bestuderen ze aandachtig de libel met de mooie vleugels, terwijl ik mijn camera uit de tas haal. Het lijkt wel een heel fijn raamwerk, glas-in-lood vleugels, de kleurstelling perfect in harmonie met het paarlemoeren borststuk en achterlijf.

‘Hij leeft nog’, ziet Jongste, ‘hij beweegt met zijn vleugels.’ Ja, Libel beweegt nog, maar niet van harte. Eigenlijk ziet Libel er ook wel een beetje gek uit, een beetje scheef. Nee, ik maak toch maar geen foto van deze rare libel. Dan opeens ziet manlief de kop van de libel liggen. Een kleine tien centimeter naast de rest van Libel. En zonder verder na te denken, maakt hij met zijn Meindl een einde aan het toch al koploze leven van Libel. Een restje Libel blijft plakken aan de Multigrip Vibramzool. “Soms is het beter zo, nou heeft hij geen pijn meer”, is de uitleg aan de kinderen die – enigszins verbouwereerd – het tafereel aanschouwen. Deze wending hadden ze niet verwacht. Ik trouwens ook niet. “Dat is nou de kringloop van het leven”, herstelt Jongste zich als eerste, na een moment van stilte. “Net als in de Leeuwenkoning. Nu is hij eten geworden voor de andere dieren”. Vervolgens rent hij weg, met zijn zus en Natuurmonumentenpotje-met-vergrootglas, op zoek naar mieren, torretjes en kikkervisjes.

Samen lopen we verder over het zandpad. Links van ons een heideveld, rechts een bosrand met dennenbomen. Meer is niet nodig. De kinderen springen een heel eind voor ons uit. Twee Quechua-jasjes die ons herinneren aan de huttentocht van vorig jaar. Rood en lichtblauw. Plotseling stuiten we op een vak met een stuk of dertig berkenbomen. Er staat een bord bij. `Boomplantdag 28 maart 1997. Sint Jozefschool.´ De bomen zien er inderdaad uit of ze er ruim tien jaar staan. Het bordje ook trouwens. “Wat toevallig, boomplantdag en dat op 28 maart”, probeer ik, terwijl ik voor de tweede keer mijn camera te voorschijn haal. Dit keer maak ik wel een foto.

Manlief kijkt me aan alsof hij zich afvraagt wat er zo bijzonder is aan dit tafereel. Gewoon een vak berkenbomen en een scheefhangend bord. “Bestond dat bij jullie dan niet, boomplantdag?”, vraagt hij, terwijl hij de bomen stuk voor stuk lijkt te bekijken. “Onze school deed ieder jaar mee. Stonden we daar met de hele klas in de klei te ploeteren.” Begripvol knik ik. Het gesprek neemt een wending die ik niet voorzien had. Zal ik het laten gaan of doe ik nog een poging? Ik kies optie twee. “Nee, ik kan het me niet echt herinneren. Vaag weet ik wel dat het in het voorjaar was hoor, 28 maart…? Mooie datum overigens”. “Klopt”, beaamt Manlief en hij kruipt op zijn uitlegstoel. Als echte man kan hij het af en toe niet laten om een overschot aan kennis tentoon te spreiden. “Het is er echt de goede tijd voor dan, om bomen te planten. Je moet bomen namelijk planten als ze in hun rustperiode zijn en die loopt tot en met maart ongeveer. Als je veel later bent met planten, dan slaan de bomen niet meer zo gauw aan en veel vroeger in het seizoen kun je niet zijn. Dan is er nog te veel kans op nachtvorst en dan sneuvelen ze. Die bomen dan. Maar misschien was er bij jullie vroeger geen boomplantdag. Niet alle gemeenten doen eraan mee. Ze hoeven ten slotte niet óveral bomen te planten.”

En omdat hij daar ook wel weer gelijk in heeft en omdat het onderwerp ook wat uitgekauwd begint te raken, hum ik wat en lopen we door. Het gekinderte loopt een kleine vijftig meter achter ons, al lang niet meer geïnteresseerd in torretjes. Wat er onderweg gebeurd is, weet ik niet, maar ze zijn nu driftig op zoek naar grashalmen om een heksenbezem van te maken. Ook leuk.

Zo aan de zon te zien, is het eind van de middag, ergens na vieren, gok ik. Het zal nog wel zo’n drie kwartier lopen zijn voordat we terug zijn bij de parkeerplaats. En we willen ons kampeerweekend afsluiten met lekker eten bij de tent en kampvuur toe. Junior en Juniora roosteren marshmallows en voor ons is er nog een aangebroken fles wijn. De laatste.

Thuis gaan we weer gewoon doen. Dan gaat het weer over wie de droger leeg zou halen, wie de vaatwasser uit zou ruimen, wie de kaas heeft opgemaakt. Waarom de kinderen niet zelf hun vieze onderbroeken in de wasmand gooien. Maar nu zijn we nog hier. Allebei met onze eigen gedachten. Na tweehonderd meter maakt het pad een bocht naar links en laten we het heideveld achter ons. Dan kijkt manlief mij plotseling aan, zijn gezicht op glimlach. “Hé, Boomplantdag…, 28 maart. Da’s onze trouwdag, grappig.”

© Rachel Schrijft, 2007

Advertenties
11 reacties leave one →
  1. Zusenzo permalink
    28 maart 2009 13:17

    Hèhè, beter laat dan nooit : )Reactie is geredigeerd

  2. edu permalink
    28 maart 2009 13:28

    Mooi om te merken hoe kinderen dingen makkelijk opnemen.

  3. Moedermethond permalink
    28 maart 2009 15:48

    mannen!:-))

  4. Noud permalink
    28 maart 2009 17:31

    "Thuis gaan we weer gewoon doen", mooi weemoedig beschreven!

  5. Rene Scheffer permalink
    28 maart 2009 20:49

    Grappig verhaal met serieuze ondertoon en mooi opgebouwd, maar wie heeft nu die kaas opgegeten?

  6. zintuigen permalink
    28 maart 2009 21:15

    Ha ha, inderdaad beter laat dan nooit!

  7. rachel schrijft permalink
    28 maart 2009 21:31

    Zusenzo, Yep, da’s dan wel weer leuk, toch?
    Edu, klopt, kinderen zijn enorm flexibel, over het algemeen is dat prima.
    Mo: 😀 (met toestemming van meneer Schrijft overigens)
    Noud, dank je.
    René, dat is niet altijd dezelfde. Ooit bij het kamperen een keer kilo kaas op. Later vonden we nog een aangevreten brok in het bos. Dat was voor de koelbox-periode.
    Zintuigen, klopt. Vond het wel een aardige bijdrage voor vandaag 🙂

  8. hippo permalink
    29 maart 2009 11:22

    hahaha!
    mooi verhaal
    rijk geïllustreerd en dat zonder foto’s 😉
    gr. hippo

  9. Kokopelli permalink
    29 maart 2009 16:33

    @Rachel: Prachtverhaal. Met een vette glimlach gelezen. Mooiste zin: Thuis gaan we weer gewoon doen. Spreekt boekdelen ;-)))
    Zondagsegroet,
    Kokopelli

  10. Oliphant permalink
    1 april 2009 00:12

    ‘Je moet bomen namelijk planten als ze in hun rustperiode zijn en die loopt tot en met maart ongeveer’.
    Klopt, hoewel eind maart te laat is, eigenlijk. De beste tijd is Saint Cathérine, 25 november, maar natuurlijk alleen in Frankrijk:-)
    Verbazingwekkend, hoe je observeert en dat weet te verwoorden. Ik ga ook weer wat doen, terwijl jij rust.
    Groet, O.

  11. paco permalink
    1 april 2009 08:21

    Prachtig en grappig geschreven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: