Spring naar inhoud

Strooibus

23 juni 2007

foto“Weet je wat ook een mooi beroep is? Doodgraver”. Zomaar een gesprekje tussen twee veertigers in een café op donderdagavond. “Doodgraver, da’s slecht voor je rug, man. Moet je niet doen”, vindt de kalende man naast blauw spijkerjack. Het spijkerjack denkt na. “Ik bedoel ook geen doodgraver. Wacht, hoe heet dat nou? O ja, uitvaartbegeleider.” Kalende man kijkt nog steeds niet onder de indruk en daarom doet het spijkerjack er nog een schepje bovenop. “Het lijkt me prachtig, statig voor een kist uitlopen, begripvol kijken, meeslepende gebaren, beetje theatraal op zijn tijd en daar je geld mee verdienen. Ja, toneel is leuk, maar misschien ga ik nog eens een nieuwe carrière starten."

Van het gesprekje naast me, denk ik aan ‘ons’ familiegraf in Amsterdam. Het is een graf uit 1935. Mooie lanen, oude bomen, oude en nieuwe graven, en hier en daar opvallende graven. Sober en kleurrijk, sommige smaakvol en sommige – tja– vooral bijzonder. Mijn overgrootouders liggen er begraven, mijn grootouders, mijn oudste broer en sinds een paar jaar ligt mijn vader er ook. Af en toe kom ik er en laatst was weer een ‘af en toe’. “Heb ik je ooit verteld van de bijzetting van mijn vader?”, vraag ik O., die met me mee is. “Nee, natuurlijk heb ik dat nooit verteld”, bedenk ik me, “het is ook nu pas hilarisch, toen vond ik het vooral pijnlijk."

Zusje en ik zaten in een kamer te wachten met de asbus op tafel, smaakvol verpakt in een stemmige doos met vallend blad. Alleen de setting was al bizar, als ik eraan terugdenk.

“Mevrouw, als u even wacht, haal ik even de strooibus.”, sprak een vriendelijke en voorkomende man in gepaste kledij.
“Strooibus?”, reageerden zusje en ik uit één mond.
“Momentje alstublieft, ben zo terug” .
“Meneer, verstond ik strooibus?”, probeer ik voorzichtig en doortastend tegelijk.
“Jazeker, geeft u de urn maar aan mij”.
“Meneer, wat moeten wij met een strooibus?”, probeer ik wat doortastender, terwijl ik geen moment van plan ben om de asbus aan de voorkomende man in gepaste kledij te geven.
“De as van uw vader wordt toch verstrooid?”
“Nee meneer, wij zijn hier voor een bijzetting.” Inmiddels klink ik vooral correct en houd mijn vader stevig vast.
“Ohhhhw, weet u dat zeker?”, voorkomende man lijkt nog steeds graag de strooibus te willen hanteren.
“Ja, ik heb u net de papieren gegeven met de bevestiging”, zucht ik.
“O, ik zie het al. Ach, (lachend) laat die strooibus dan maar zitten…”  

Advertenties
8 reacties leave one →
  1. ijskastmoeder permalink
    23 juni 2007 23:42

    Zucht – al heb je het mooi opgeschreven – een klein beetje zorgvuldigheid is toch het minste wat je op zo’n moment zou mogen verwachten. Of die veertiger met zijn acteuramibities daar verandering in zou kunnen brengen waag ik te betwijfelen 😉

  2. Nicolaas permalink
    24 juni 2007 00:21

    Mag ik, mag het?
    Die niet te onderdrukken glimlach, niet zonder respect?

  3. Starry Night permalink
    24 juni 2007 10:08

    Strooibus… Ik moest even aan zo’n zoutvat denken waarmee ze in snackbars de patatten op smaak brengen… En doodgraver worden? Je kunt maar ambities hebben;-).

  4. niko permalink
    24 juni 2007 12:57

    Ik moet ook aan een zoutpot denken…..vreemd idee, een mens uitstrooien!

  5. 24 juni 2007 13:23

    Volgens mij is er geen bedrijfstak waar zoveel fouten gemaakt (kunnen) worden als de uitvaartbusiness.

  6. 24 juni 2007 20:47

    @Mo: Zoals de begrafenisondernemer die mijn schoonmoeder fijntjes meedeelde dat het kiezen voor een goedkope kist getuigde van desinteresse voor de dierbare overledene en honend vervolgde: "Maar ja, er zijn altijd mensen die daar toch voor kiezen, hûhhûh. Welke kist dacht u aan?" "Die van spaanplaat", antwoorddde zij zo droog als gort, omdat liefde voor haar niks met de duurzaamheid van een kist te maken had en de mening van deze koopman haar verder koud liet.

  7. rachel permalink
    24 juni 2007 21:20

    Yepperdepep. Ik heb het ook nog niet gehad over de kortgerokte blonde high heeled overgeparfumeerde begrafenisondernemer (lees: vertegenwoordiger in kisten en dure bloemen). Ze was vooral geïnteresseerd in het noteren van de order al blatende dat ze ‘alles netjes in orde zou maken’ (in vloeiend Tilburgs). Wantrouw te allen tijde vertegenwoordigers in kisten-en-meer. Zo zag ze kans om tot twee keer toe verkeerde rouwkaarten te leveren. Het leek wel een soap. In ieder geval viel dank zij haar wel de voorkomende man in gepaste kledij direct op ;-).

  8. sjoukje permalink
    24 juni 2007 22:47

    Leuk geschreven, een strooibus zo heb ik het nooit horen noemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: